Kerstmis 2024 - Vanwaar zijt Gij gekomen?
Marcel Braekers
Openingszang 270 Vanwaar zijt Gij gekomen
Begroeting
‘Vanwaar zijt Gij gekomen’ zo vroeg Oosterhuis in dit gedicht zich af en zingend wil ik de kerstnacht met deze vraag openen. Wie is die Jezus die wij in deze nacht begroeten, vanwaar is Hij gekomen? Misschien denk je al vlug: evident, Hij komt van God, want waarom zou je er anders zo’n drukte rond maken. Maar dat is wat te simplistisch, want van elk kind dat geboren wordt kan je zeggen dat het een Godsgeschenk is. Je zou ook kunnen zeggen dat die Jezus het kind is van een jong koppel dat wellicht moest onderduiken voor de romeinen en zich verborgen hield tussen wat potige, onbeschaafde herders waar hun kind dan werd geboren. Ook dat is te weinig als je bedenkt hoe Hij heeft geleefd.
Oosterhuis roept met zijn tekst verwondering op en dat vind ik de mooiste houding om Kerstmis te vieren. Ik zou jullie willen meenemen in die verwondering zodat je aan het einde van de viering misschien nog geen duidelijk antwoord hebt, maar verwonderd iets hebt beleefd dat blijft. Want de geboorte van Jezus is een wonderlijk gebeuren dat niet valt te begrijpen. Waarom? Omdat we geloven dat in dit gewone mensenkind God zich helemaal heeft uitgegoten. Uitgegoten zonder zelf leeg te worden, zodat die Ene, die Onuitsprekelijke, dat oneindige Licht helemaal aanwezig is in dit kind en toch zichzelf blijft. Het heeft voor ons ongelofelijke gevolgen, want we ontdekken wie God is door te kijken naar deze baby en door na te volgen wat Hij als volwassene ons leert.
Gebed
Die ons verwachten kent
En zegent met liefde,
Die ons bezaait
Met recht en vrede beide
En in ons wekt
De vrucht van het vertrouwen,
Geef ons
Een open oog,
Een helder zicht
Ook in de nacht,
Op Wie het Licht der wereld is,
Het Woord dat op uw lippen ligt.
Woon onder ons
In wie Hij is
In wat Hij zegt
In wat Hij met ons doet. (S. de Vries, Bij gelegenheid I p.128)
Eerste lezing: Jesaja 9,1-3.5-6
Lied 214 Op een God die door de eeuwen
Evangelie Lucas 2,1-7
refrein 128 Heel het duister is vol van luister.
Lucas 2,8-14
Lied 265 Nu sijt willekome
Homilie
Wat gebeurde heb ik hier reeds enkele keren verteld, maar het blijft me ontroeren en dus vertel ik het opnieuw. Tijdens het schrikbewind van Pinochet werden in Chili bij een mijnwerkersopstand velen gedood en een aantal in de gevangenis gegooid. Één vrouw was te weten gekomen waar haar man zat opgesloten en elke avond ging ze zichtbaar voor hem met een kaarsje staan wachten. Het was voor beiden op dat ogenblik hun enige hoop en houvast. Ongelofelijk hoeveel liefde mensen voor elkaar kunnen voelen en hoe een klein gebaar sterker is dan alle geweld en vernietiging. Voor mij is dit gebeuren een echt Kerstverhaal, en dat moet ik even verklaren.
Het is een echt Kerstverhaal omdat het tegen de stroom van geweld en chaos in een klein kwetsbaar lichtpuntje is. Dat is op vandaag meer dan nodig. Want op heel korte tijd merk je hoe de mondiale situatie is veranderd. Hoe beleidsmensen zonder aarzelen spreken van een oorlogseconomie en we dringend aan herbewapening moeten doen en Europa uit zijn naïeve slaap moet ontwaken. De situatie in veel landen geeft daartoe inderdaad aanleiding. Maar hebben we niet dat kleine, bescheiden kaarsvlammetje nodig – in dit geval een kind voor ons uit God geboren - dat aanzet tot een tegenverhaal van overleg, van zoeken naar een humane oplossing. Het gebaar van deze Chileense vrouw was een klein gebaar dat buitenstaanders helemaal ontging. Maar het was van een uitzonderlijke kracht.
Dit gebeuren is voor mij om nog een andere reden een echt kerstverhaal, omdat het getuigt van de innerlijke kracht en liefde die in mensen schuilt. We leven immers niet alleen in een uiterlijke wereld waar geweld en onmenselijkheid heersen, ook onze persoonlijke leefwereld wordt door veel instanties bedreigd. Het is daarom belangrijk dat we boven alle tegenstrijdigheden uit kunnen terugkeren naar ons diepste centrum, naar de plaats waar God kan geboren worden. Kerstmis is een uitnodiging om in zichzelf in te keren en te laten gebeuren wat ooit in Jezus van Nazareth gebeurde. Zoals God zich ooit helemaal in Hem heeft leeggegoten, zo wil Hij met ieder van ons doen. Een klein, kwetsbaar begin van een nieuwe tijd.
Sytze de Vries schreef deze kerstwens:
God zal met je meegaan
Als licht in je ogen
En lamp voor je voet,
Als hand op je hoofd
En arm op je schouder,
Als baken bij ontij
En verte die wenkt,
Als groet op je lippen
En hoop in je hart,
Als stem die je daagt
En woord dat je voorgaat. (S. de Vries)
In the Bleak Midwinter
Groot dankgebed ‘Dit teken van trouw’ in S.de Vries, Bij gelegenheid I p.262 + refrein 266
Na de communie 271 Adeste fideles
