Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

250815 Hoogfeest van Maria (2025)

Hoogfeest van Maria (2025)

 

Marcel Braekers

Openingszang 593 Lied van Maria

Begroeting

Vandaag viert de Kerk het hoogfeest van de tenhemelopneming van Maria. Na een lang en moeizaam leven heeft ze haar bestemming gevonden in Gods oneindigheid. Op veel plaatsen is het daarom moederdag en zet men alle moeders in de bloemen. Maria die in de traditie met allerlei namen werd genoemd zoals in de litanie. Voor sommigen alleen in haar bijdrage tot de menswording van God, voor anderen de eigen unieke inbreng van het vrouwelijke en moederlijke in ons geloof. Ergens tussen hemel en aarde, tussen en boven mensen staat ze in een beschermende houding. In haar vieren we het mysterie, de onachterhaalbare betrokkenheid van God op deze aarde. 

 

Lied 504 Ave maris stella

 

Gebed

Wees gegroet, Maria
Door u ontving onze wereld Jezus,
Beeld en gelijkenis van God.
Doorheen uw levenswandel leerden wij
Hoe vreugde en verdriet, nabijheid en verlatenheid
Een onvermijdelijk deel van ons bestaan vormen,
Maar ook, hoe God ons daarin nabij is.
Leer ons zoals Gij
Te luisteren naar Gods Woord,
Leer ons te hopen zoals Gij
En te dragen en verdragen wat het leven ons ongevraagd opdringt,
Opdat Gods Geest ook ons mag vervullen
Zoals hij eens in u deed.

 

Het evangelie van Maria

 

Lied 559 Ik groet U vol genade

 

Homilie

In de Bijbel moet je goed zoeken om enkele sprekende teksten over Maria te vinden. Dat staat in schril contrast met de geloofspraktijk waar zij net omgekeerd heel centraal staat, soms neemt ze zelfs de plaats van Christus in. Kunstenaars droegen daarbij een steentje bij in de voorstelling die wij vandaag van Maria hebben. Van de solide, zelfzekere Sedens Sapientiae, naar de kwetsbare vrouw die een boek leest, of de barokke moeder met kind, of de slanke vrouw met blauwe sluier. Om de goddelijkheid van Jezus te onderlijnen moest ze absoluut een maagd zijn. In een patriarchale cultuur zag men haar als nederige dienstmaagd. In tijden van de pest of van vervolging zag men haar met de dode zoon op haar schoot. Voor zieken en hulpelozen is zij de toevlucht en voorspreekster. In de spiritualiteit van de dominicanen heeft ze een bevoorrechte plaats en werden we de grote promotoren van de rozenkrans.

Het maakt mij een beetje ongerust, want er is daarbij zoveel waar ik niet in mee kan. Zoals ik ook mijn geloof in God en Jezus van allerlei voorstellingen heb ontdaan, zo is dat ook voor Maria. Elke voorstelling hoe mooi en doordacht ook, is slechts een poging tot grijpen en begrijpen. Voorbij de beelden is er daarom slechts één woord dat in dat verband voor mij overeind blijft: ‘vertrouwen’. Uit de schaarse Bijbelteksten komt Maria naar voor als getekend door een diep vertrouwen: vertrouwen in de God van haar volk, vertrouwen in haar Zoon, en zo vermoed ik ook vertrouwen in zichzelf. Met het vertrouwen is ook overgave verbonden. Maria heeft zich op een uitzonderlijke manier durven overgeven aan Gods plan met ons, mensen.

Vertrouwen is niet alleen het meest sprekende woord om haar te typeren, het is het belangrijkste woord om mijn relatie tot haar te verwoorden. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik niet zoals mijn medebroeders elke dag tot haar bid. En ik geloof ook niet dat ze aan mijn lot of aan dat van eender wie iets kan veranderen ook al bidden wij altijd weer “Bid voor ons arme zondaars”.

Dat alles ben ik in de loop der jaren verloren, maar het maakte plaats voor iets dat me dieper aangrijpt: vertrouwen en vertrouwvolle overgave. Het is de sleutel van mijn, ons geloof. Wij geloven niet in een God als onverbiddelijke rechter, in een almachtige of onverschillige wereldbeheerser, maar in een God die nabij is, meer nabij dan wij elkaar nabij kunnen zijn, liefdevoller en hoopvoller dan we ons kunnen voorstellen. In dat kader staat ook Maria: tussen ons en die God, tussen haar zoon en ons, wij, de sukkelaars die proberen ons leven op een zinnig spoor te zetten.

Het hoogfeest dat we vandaag vieren (Maria die in de hemel is opgenomen) geeft me alleen maar het gevoel: zo is het goed. Haar leven heeft zijn bestemming gevonden. En haar erend eer ik die uiteindelijke Lichtglans, de Alfa en Omega waarin ook wij onze bestemming zullen vinden.

Groot dankgebed 163 Tafelgebed- Liever een kind (Niet als een teken aan de hemel)

 

Na de communie 891 Magnificat

 

Die Erwachsene

Das alles stand auf ihr und war die Welt
Und stand auf ihr mit allem, Angst und Gnade,
Wie Bäume stehen, wachsend und gerade,
Ganz Bild und bildlos wie die Bundeslade
Und feierlich, wie auf ein Volk gestellt.
Und sie ertrug es; trug bis obenhin
Das Fliegende, Entlfiehende, Entfernte,
Das Ungeheuere, noch Unerlernte
Gelassen wie die Wasserträgerin
Den vollen Krug. Bis mitten unterm Spiel,
Verwandelnd und auf andres vorbereitend,
Der erste weisse Schleier, leise gleitend,
Über das aufgetane Antlitz fiel
Fast undurchsichtig und sich nie mehr hebend
Und irgendwie auf alle Fragen ihr
Nur eine Antwort vage wiedergebend:
In dir, du Kindgewesene, in dir.

De volwassen vrouw

 ’t Stond op haar, of de wereld zelf
Met angst en met genade op haar stond;
Bomen staan zo, recht groeiend uit de grond,
Beeld en toch beeldloos, Ark van het Verbond,
En plechtig, als op heel een volk gesteld.
En zij verdroeg het; droeg tot aan de rand
Wat vloog, wat vluchtte, wat naar verten scheerde,
Het ontzagwekkende, nog niet geleerde,
Met de bedaardheid van de draagster van
De volle kruik. Tot onder ’t spel, subtiel
Herscheppend, op iets anders voorbereidend,
De eerste witte sluier, zachtjes glijdend
Over ’t ontvankelijke aanschijn viel,
Haast ondoorzichtig, die zich niet meer zou
Oprichten en die daar op elke vraag
Nog maar één antwoord geven zou, heel vaag:
In jou, jij die een kind ooit was, in jou.      R.M. RILKE    (vertaling: P. Verstegen)

 

Het evangelie van en over Maria

In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazareth in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: “gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.” Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. (Lucas 1, 26-29)

Terwijl ze in Bethlehem waren, brak voor Maria de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. (Lucas 2,6-7)

Na drie dagen vonden ze Jezus in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hen vragen stelde. Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: “kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.” Maar hij zei tegen hen: “waarom hebt u naar mij gezocht? Wist u dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” (Lucas 2,46-50)

Zijn moeder en zijn broers kwamen naar hem toe, maar ze konden niet bij hem komen vanwege de menigte. Zijn toehoorders zeiden tegen hem: “uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.” Maar hij antwoordde: “mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.” (Lucas 8,18-19)

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Kleopas en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: “dat is uw zoon” en daarna tegen de leerling “dat is je moeder”. Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich op. (Johannes 19, 25-27)

Na de dood van Jezus wijdden de leerlingen zich eensgezind en vurig aan het gebed, samen met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers…. Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vervulde. Er verscheen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten en allen werden vervuld van de heilige Geest. (Handelingen 1, 14. 2,1-4)

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.