21e zondag (2025) Ik ga alle volkeren en talen bijeenroepen
Marcel Braekers
Openingszang 803 Hoe is uw naam
Begroeting
Op Ned. 2 loopt op zondagmorgen een programma ‘Adieu God’ waarin mensen vertellen over hun evolutie en wat dit met hun geloof doet. Heel dikwijls hoor je eenzelfde verhaal: ik ben katholiek opgevoed, maar toen ik kritisch durfde denken heb ik die kinderlijke wereld met al zijn fabels achter mij gelaten. De interviewer is getraind in de journalistiek en geeft dus geen krimp wat die ander ook mag beweren. Jammer want soms zou ik aan die mensen graag willen vragen of ze niet net hun kritisch vermogen zijn verloren toen ze dat katholicisme afzwoeren. Ik geef slechts één voorbeeld: dikwijls komen dan bezwaren naar boven zoals ‘wat moet ik me voorstellen bij die hemel? Of wat met een leven na de dood?’. Ik zou dan graag tussenkomen en zeggen: mijnheer of mevrouw, denkt u echt dat wij zo naïef zijn? Akkoord, er bestaan daarover naïeve voorstellingen. Maar indien we met ‘hemel’ bedoelen dat punt of dat gebeuren dat aan alle verbeelding ontsnapt, waarover geen kennis bestaat, maar dat wel altijd en overal in ons leven aanwezig is, word je dan niet geconfronteerd met de meest diepzinnige filosofische vraag? Veronderstel dat de hemel niet daarboven is, maar de grond waarop alle leven is geënt, is dat niet net een uitdaging voor ons verstand en gevoel? Er is dus iets in mijn leven dat me altijd ontglipt, maar op een belangrijke manier kleur geeft aan het bestaan. Datzelfde zou ik ook over de verrijzenis kunnen zeggen.
Wat me in die gesprekken ergert is de zelfgenoegzaamheid waarbij die zogenaamde intellectuelen naar gelovigen met meewarigheid kijken als naïeve, angstige, kinderachtige medemensen. Jammer daarbij dat die interviewer nooit een ernstige tegenvraag stelt maar overstapt naar een volgend thema.
Dat alles moest mij van het hart naar aanleiding van de Bijbelse lezingen van deze zondag die gaan over de utopie, een religieuze utopie nog wel. Opnieuw kan je dan zeggen: daar ze zijn ze weer met hun religieus geleuter terwijl wij, realisten, wel beter weten. Ik wil dus in deze viering op een kritische, realistische manier spreken over de nood aan een utopie als een diepe menselijke behoefte.
Lied 114 uit naam van de wereld
Gebed
Leg beslag op ons hart,
Zodat het tot niets anders meer geneigd is
Dan U te zoeken,
Zich aan U gewonnen te geven
En zich onberekenend in te zetten voor uw Rijk.
In dat vertrouwen is Jezus ons voorgegaan
En geeft Hij zich altijd opnieuw aan ons.
Daarom is Hij voor ons weg, waarheid en leven,
Op onze tocht naar U,
Gij God die met ons zijt tot in de eeuwen der eeuwen.
Inleiding op de lezingen
De profeet Jesaja was niet alleen een grote profeet, men vergeet soms dat hij ook politiek een belangrijke rol speelde. Daardoor stond hij met beide voeten in de dagelijkse realiteit van zijn land. Dat houdt hem niet tegen om op een bevlogen manier te dromen van een tijd dat alle landen en volkeren naar eenzelfde plaats op weg gaan. Jeruzalem is daarbij niet de objectieve stad maar de droomplaats. Hoe belangrijk is het niet om in onze verdeelde en gewelddadige wereld deze droom of utopie te blijven uitspreken.
Lezing uit de profetieën van Jesaja 66, 18 – 21
Lied 393 in ’t laatste van de dagen
Evangelie van Lucas 13, 22 – 30
Homilie
Toen zijn volksgenoten Jezus op die manier hoorden spreken moet het zijn geweest alsof ze plots hevige tandpijn kregen. Er komt een zogenaamde realist naar Jezus en vraagt hoeveel mensen zullen gered worden. In twintigste-eeuwse woorden zou een kritische geest vragen: hoeveel mensen zullen naar de hemel gaan, en voor hoevelen is daar plaats? Maar het antwoord van Jezus moet pijn hebben gedaan. Het gaat niet over aantallen, niet over een plaats en evenmin over een tijdstip. Het gaat om het doen van gerechtigheid. En degenen, die evident meenden bij de gelukkigen te zijn, krijgen een veeg uit de pan. De huisvader heeft zijn deur gebarricadeerd en weigert open te doen ook al herkent hij goed de stemmen aan de andere kant als de stem van zijn familie of volksgenoten. Hét criterium is ‘gerechtigheid’ en die is niet gebonden aan plaats of tijd, is geen privilege van een of andere godsdienst. Het is een ongrijpbare, onverwoordbare kwaliteit van omgaan met elkaar, omgang met het leven, met zichzelf. Diegenen worden opgenomen die een houding van kwetsbaarheid, openheid en liefdevolle betrokkenheid tonen zonder vooroordelen naar een ander. Jezus noemt dit ook ‘het rijk van God’ maar ook dat woord is misleidend alsof het om een plaats zou gaan.
In plaats van de zogenaamd realistische vraag te stellen over het aantal dat gered wordt, stelt Jezus een intrigerende, filosofische en spirituele vraag: wat is kwaliteit van leven en waar krijgt die gestalte? Zou het dus kunnen dat net de godsdienst uitdagende vragen of denkpistes opwerpt waar de zogenaamd weldenkende mensen aan voorbij gaan. Begrijp me goed: ik wil niet vervallen in een hervonden chauvinisme, maar we moeten een minderwaardigheidscomplex afleggen waardoor we ons in een egel-positie hebben opgesloten. De vraag om gerechtigheid is immers geen monopolie van een of andere godsdienst, het is een verlangen of een utopie die doorheen de wereld gaat. Daarbij moet men bedenken dat ‘gerechtigheid’ meer en dieper is dan rechtvaardigheid. De droom dat aan iedereen recht wordt gedaan en mensen in volle rijkdom tot hun recht komen. Dat is de droom van diegenen overal ter wereld die durven hopen op een andere wereld en andere samenleving.
Voorbeden + lied 574 wij bidden om vrede
- Aan U, God danken wij het uitzicht, de visie
de droom, die soms tot zekerheid groeit,
dat ooit deze aarde een bloeiende tuin wordt
van vrede en recht, een stad van thuiskomen.
Strofe 1en 2
- Wij bidden om uitzicht dat ons wenkt,
Om een hemel op aarde
Om een leven dat niet door de dood wordt bedreigd
Strofe 3 en 4
- Gij voedt ons onderweg met de kracht van uw liefde
Met het manna van uw geduld.
Want alle volken zijn genodigd tot de koninklijke bruiloft
Van recht en trouw
Strofe 5 (naar S. de Vries)
Groot dankgebed 150
Na de communie 757 ik zoek bij jou
