Vul deze velden in en aanvaard de voorwaarden en privacybeleid

250629 Volgeling worden

13e zondag (2025) – Volgeling worden 

Marcel Braekers

Openingszang 512 wees hier aanwezig

Begroeting

Als tiener verveelde ik mij thuis tijdens de vakanties en dus ging ik veel liever bij mijn neef op de boerderij werken, want daar was allerlei te beleven. Mijn neef bediende de tractor en ik het paard, want hij had geen geduld om met die koppige maar heerlijke reus om te gaan. Een jaarlijks terugkerende taak was ploegen. Dat gebeurde niet zoals vandaag met een monster van een tractor met tien ploegscharen, want veel akkers waren in de grensstreek te nat voor zwaar materiaal. Het werk moest met het fors Brabants trekpaard en een simpele staartploeg gebeuren. Dagen konden zo verstrijken. Ik moest tijdens het ploegen regelmatig omzien om te kijken of de voor mooi recht was, dat was een erezaak.

Ik moest aan die tijd terugdenken toen ik het evangelie van deze zondag las. ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet de hand aan de ploeg slaan en niet omzien’ zegt Jezus. Ik dacht, verdraaid dat was toch de zoon van een timmerman. Die moet toch goed geobserveerd hebben wat mensen deden. Hoe vrouwen zuurdesem in het deeg deden vooraleer er noedels van te maken, hoe men jonge wijn in nieuwe zakken deed, hoe boeren in het hoogland omgingen met onkruid, hoe ze zaaiden, hoe een weduwe enkele munten in de offerkist wierp. Overal lees je fijne waarnemingen en hoe Jezus die alledaagse voorvallen gebruikt als metafoor om te spreken over de toekomende tijd. Zo ook met ploegen. Je mag niet omzien want de tijd dringt, het moet voortgaan want het rijk van, God staat te gebeuren. 

Blijf toch rustig zitten, want we leven in een andere tijd en hebben andere verwachtingen. De vraag is dan ook welke betekenis deze teksten kunnen hebben voor vandaag. Laten we daarom een lied zingen.

Lied 572 in de veelheid van geluiden

Gebed

Vanuit onze nood en onze vragen,
Vanuit de diepte van verlangen roepen wij tot U, o God.
Hoor naar ons en doordrenk ons met uw kracht.
Want zo hebt Gij ooit gedaan aan Jezus uw geliefde kind.
Op Hem zijt Gij neergedaald en in Hem blijven wonen,
Daarom kon Hij troost zijn en toekomst
Voor allen die zochten naar houvast en perspectief.
Mochten ook wij die kracht ondervinden
Nu wij mogen delen in zijn brood en wijn.
Wij vragen het U, God,
Die met ons meegaat doorheen alle tijden.

Inleiding op het evangelie

Jezus vangt resoluut zijn tocht naar Jeruzalem aan, schrijft Lucas. Het is een belangrijk moment in de compositie van zijn evangelie. Het Griekse woord dat hij gebruikt is sterk:analèmpsis, opstijgen, Lucas zag voor zich hoe deze tocht zal eindigen met de dood en de verrijzenis. Het is in die context dat zich enkele roepingsverhalen afspelen.

Lucas 9,51 – 62

Lied 552 maak ons tot het zout der aarde

Homilie

Als wij hier samen zijn rond de tafel van de Heer dan is dat niet op de eerste plaats omdat we ervoor kiezen om gelovige te zijn, maar omdat we daartoe gekozen zijn. Ons geloof en engagement is slechts een antwoord op een geschenk dat ons werd gegeven. Maar hoe ga je met dat geschenk om, hoe beleef je dat engagement? Het evangelie van vandaag heeft wel enkele vreemde wendingen. ‘Laat de doden hun doden begraven’ en ‘wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God’.

De uitspraak ‘laat de doden hun doden begraven’ moet voor zijn volksgenoten gewoon choquerend zijn geweest. Als er één wet was in de oudheid en tot vandaag die heilig is, dan was het de doden begraven. In alle culturen is dat een heilig gebod. Denk maar aan de schitterende Griekse tragedie van Sophokles die Antigone opvoert, de jonge vrouw die tegen koning Kreoon in toch haar broer wil begraven. Of lees het boek Tobit waar wordt beschreven hoe Tobit elke avond de lichamen van volksgenoten begraaft (Tobit 1,18). Wat moet Jezus hebben bezield om zo provocerend uit de hoek te komen? Ik las meerdere verklaringen van deze zin en leg ze u ter overweging voor. Sommige specialisten vertalen de zin als: “Laat degenen die mentaal dood zijn de fysische doden maar verder begraven, maar jij wordt tot iets anders geroepen”. Er is een tweede uitleg die mij aannemelijker lijkt. De Joden hadden de gewoonte om als iemand stierf hem of haar twee keer te begraven. De eerste keer in een verzegeld graf en na 1 jaar van rouwen werden de beenderen verzameld en verbrand. De veronderstelling is dat Jezus tegen deze praktijk heeft gereageerd en bedoelde: hou op met te blijven rouwen, er staan andere belangrijker dingen te gebeuren. 

Ik vind deze verklaring aannemelijk omdat ze in dezelfde richting gaat als de tweede: tijdens het ploegen moet je niet omzien. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat “wie achterom blijft kijken”, “wie geobsedeerd is door zijn of het verleden”. Het is een mooie interpretatie, maar dat staat niet in de tekst. Je mag volgens Jezus gewoon helemaal niet omzien. Historici zullen hierbij zeker op hun strepen gaan staan. Wat bezielde Jezus om zo provocerend te spreken?

Ik kan maar één reden vinden: alles draait rond dat woord ‘het koninkrijk van God’. Jezus was van deze idee bezeten. Hij heeft geen doctrine verkondigd, Hij heeft geen Kerk gesticht, Hij verkondigde alleen maar een boodschap die mensen uitnodigde om ze in vreugde aan te nemen. Zo begreep Hij het toetreden tot dat rijk. Die bezetenheid voel je ook in de twee provocerende uitspraken van het evangelie. Wil je meegaan met Hem dan moet je niet omzien maar al je energie richten op de toekomst, er staat iets heel belangrijk te gebeuren en alleen een radicale openheid ervoor doet de ogen opengaan. Hoe allesbeheersend die idee van Rijk van God voor Hem was blijkt ook uit zijn levenswijze. Jezusf leefde als een paria, zo lazen wij in de tekst. Hij at wat mensen Hem gaven, Hij sliep onder de blote hemel of als hem een slaapplek werd geboden. Zelfs geen steen om onder zijn hoofd te leggen. Uitgerekend Hij kondigt een nieuwe tijd aan.

Is het niet moeilijk voor ons om die sfeer nog te voelen? We zijn bezadigde mensen geworden die al jaren hebben gehoord dat het rijk van God staat te gebeuren, kom, kom. Naar mate we ouder worden hebben we meer en meer de neiging om achterom te zien, onze ploeg recht te houden, onze doden te begraven en te gedenken. We zijn in onze samenleving overlevers geworden die een tanende groep proberen overeind te houden. De uitnodiging van Jezus om niet achterom te blijven kijken maar hoopvol het nieuwe te verwachten is daarom een overrompelende vraag. Hebben we ons niet laten vangen door teveel te tellen. “Met hoeveel zijn jullie nog?” hoor ik honderd keer vragen. Gelovigheid wordt gemeten aan het aantal stoelen die op zondag bezet zijn. Maar het aantal is niet belangrijk wel het enthousiasme, het vertrouwen dat een nieuwe tijd staat te gebeuren, dat God zijn volk komt bezoeken en troosten. Daarom: kom, maak je gereed om dat gebeuren mee te maken. 

Groot dankgebed 155

Na de communie 890 lofzang van Zacharias

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.