251130 Gij wachtende vanaf de eerste dag tot nu

1e zondag van de Advent (2025): Gij wachtende vanaf de eerste dag tot nu

 

Marcel Braekers

Openingszang 202 rorate coeli

Begroeting

Hoe graag zou ik mijn beste taal naar boven willen halen om deze eerste dag van de Advent voor u in schoonheid en in kracht op te roepen. Want deze wereld beleeft donkere tijden en er is grote nood aan een lichtpuntje. En nog maar  enkele dagen geleden las ik dat 15 % van de Vlaamse jongeren met een angststoornis leeft (‘het is als een ballon in je buik die opgeblazen wil worden maar het kan niet, zei een van hen’). Veel mensen gaan door een donkere nacht en grijpen vruchteloos naar een houvast om zich heen. Mogen we toch zingen zoals de profeet Jesaja doet:

Hoe ver is de nacht, hoe ver,
Wachter, hoe ver is de nacht?
De morgen komt, zegt de wachter,
Maar nog is het nacht. (Jes. 21, 11)

‘De morgen komt al is het nu nog nacht’. Hoe durven te spreken, terwijl de wereld kreunt en mensen om je heen of misschien jijzelf rillen om dat gevoel van leegte. Maar de hoop die de Advent uitstraalt zegt niet dat alles wel goed komt, hoop is enkel het vertrouwen, de innerlijke veerkracht dat er toekomst is. De Advent is een oproep, een aansporing om terug te keren naar onze wortels, om deze wereld in zijn eerste schepping te herstellen. De tocht naar binnen en naar elkaar moet dit nieuwe begin op gang brengen. Over die inkeer in onszelf wil ik vandaag iets meer zeggen. Volgende zondag zal Ides stilstaan bij het thema van Welzijnszorg dat verwijst naar die andere tocht naar elkaar.

Ontferming + refrein 111

  • Omdat wij uw Rijk verwachten, krijgen we oog voor alles
    Wat zijn komst verhindert:
    Berusting vanwege gebrek aan tekenen ten goed –
    Hardvochtigheid van de een tegen de ander –
    Verminking van de ziel door macht en geld.
    Daarom zoeken wij naar U.
  • Omdat wij een Koning verwachten die kleine mensen hoort schreien
    Berusten wij niet in hun kleinering,
    Als zij worden weggelachen, niet meetellen.
    Daarom zoeken wij naar U
  • Omdat wij een Stad verwachten waar alle mensen thuis komen,
    Gaan ons ter harte wie geen huis meer hebben
    Omdat zij moesten vluchten –
    Wie geen zekerheid meer kennen,
    omdat mislukking hun blijft aangerekend –
    wie geen mensen meer vertrouwen
    omdat zij zo vaak daarin beschaamd zijn.
    Daarom zoeken wij naar U.                     (S. de Vries, Bij gelegenheid I p. 63)

Gebed

Gij vervult ons met de hoop
Op de komst van uw Rijk,
Dat de verlossing nadert
Van wie nu nog wonen in de schaduwen van de dood.

Blaas de vonk aan
En de gloed zal ons warmen
En aanstekelijk maken.

Laat deze hoop vrucht zetten
In goedheid onder mensen,
In verzoening tussen volken
En vrede op aarde
Die duren zal als de dag
Waarop geen nacht meer volgt.        (S. de Vries, Bij gelegenheid I p. 126)

 

Inleiding op de lezingen

Advent is de tijd van waakzaamheid ‘durf kijken naar een nieuwe tijd die komt’. Het is ook de tijd van dromen dat ooit deze wereld kan leven in vrede. Dat was ook de droom van Jesaja die schrijft over het Jeruzalem van zijn dromen, de utopie. Als tweede lezing horen we de oproep van Paulus tot waakzaamheid.

Jesaja 2, 1 – 5

Lied 219 Wakend uitzien

Brief van Paulus aan de Romeinen 13, 11 – 14

 

Homilie

Stel je voor dat de droom van Jesaja waar kon worden – dat alle volkeren naar die ene plek zouden gaan om elkaar te begroeten en de ondersteunen, wat een droom zou het zijn. De UNO en UNESCO zouden dat moeten waar maken, maar ook daar heeft men zich verloren in machtsspelletjes en eindeloos gepalaver. Waar vindt een mens nog hoop, wat kan ons nog voeden?

In 1944 op een ogenblik dat de wereldoorlog volop woedt publiceerde de Franse filosoof Gabriel Marcel een bijzonder boek met als titel ‘Homo Viator’. Vooral één artikel heeft mij in de voorbije tijd geboeid: “Vers une philosophie de l’espérence”. Wat is het wezen van ‘hoop’ en wat kan ze betekenen in deze verwarrende tijd, zo vroeg Marcel zich af.

Zoals filosofen wel meer doen begint hij dat woord te onderscheiden van andere om het vervolgens te verhelderen. Hoop, zo zegt Marcel, is niet hetzelfde als optimisme, want optimisme is een biologisch gegeven, je hebt het of je hebt het niet. Hoop is ook verschillend van opstandigheid, want opstandige mensen kijjken ook vooruit, maar ze zijn ongeduldig, terwijl hoop juist getekend is door geduld. Hoop is ook anders dan verlangen, dat immers alleen maar ‘uitzien naar’ is gebonden aan ons kleine Ik, terwijl hoop verwijst naar een innerlijke kracht die daar los van staat. 

En om het nog wat moeilijker te maken schrijft hij: er is een groot verschil tussen ‘hopen dat’ vb. dat het morgen mooi weer zal zijn of eindelijk vrede in Oekraïne, en hopen als een fundamentele kracht zonder direct een object te viseren. Een zuiver uitstaan.

Op een ogenblik dat honderduizenden mensen sneuvelen wijst Gabriel Marcel naar een kracht in mensen, een soort van vloeiende stroom, een houding van uitzien naar, anders dan verlangen dat vanuit leegte ontstaat en verbonden is aan ons kleine Ik. Wat is die veerkracht, vraagt hij zich af? Het heeft te maken met liefde voor het leven, het borrelt op in de liefdevolle zorg om elkaar, het ziet de tijd als een open uitdaging, anders dan de wanhoop voor wie de tijd een gevangenis is. Hoop is verbonden met geduld en vertrouwen in trage groei.

Die kracht, hoop in haar pure wijze van daar zijn, is maar mogelijk, zo betoogt Marcel, omdat het een kracht is die je wordt gegeven. Het maakt me los van allerlei determinismen en opent mijn ogen voor wie die ander naast mij echt is. ‘Ik hoop op jou voor ons’ is daarom de ultieme betekenis van het woord. Die kracht, dat vertrouwen is maar mogelijk omdat het mij gegeven wordt. Omdat er een uiteindelijk Gij is die mij aanspreekt en mij voort trekt. Een Gij waarop ik kan hopen, maar die ik ook kan afwijzen. Het veronderstelt dat we ons vrij maken van het hebben en toevertrouwen aan het zijn, dat we durven leven vanuit een ongrijpbaar mysterie. Marcel schrijft:

Het is zeker waar dat alleen wezens die zich van alle boeien van het bezit bevrijd hebben, in staat zijn de goddelijke lichtheid van het leven in hoop te kennen. (Homo Viator p. 90)

Deze eerste zondag van de Advent wil ons oproepen om naar die kracht in onszelf terug te keren, ze alle ruimte te geven en te vertrouwen en vertrouwvol uit te zien naar een uiteindelijke verlossing.

 

Groot dankgebed 160 Tafelgebed- Voor de advent

Na de communie 218 uit uw verborgenheid

Contactinformatie

©2005-2024 Filosofenfontein

✉️   info@filosofenfontein.be

Ondernemingsnummer: 0775.603.387

Bankgegevens:"FIFO Heverlee" 

KBC: BE11 7340 3906 5848

Volg ons op Sociale media

QR Code

Door je camera op deze code te houden krijg je het adres van deze website op je smartphone of tablet. Dan kan je de hele website bekijken.